Het einde van het jaar rukt op. Einde 2009, begin nieuw decennium. 10 jaar in de jaren ’00 hebben zich voorbij gesleurd. Nuja. Gesleurd is misschien wat heftig uitgedrukt. Voor zij die zich in het begin van die jaren onder constante intoxicatie bevonden, is het voorbij gedarteld. Voor zij die naar de blikken op de band stonden kijken dag in dag uit, is het voorbij gekropen. Voor de avontuurlijken onder ons, sprong het. Voor zij die ongeneeslijk ziek waren, eindigde de wandel des levens hier.
We zijn velen verloren, hebben velen gewonnen. Hebben gelachen en gehuild. Gemasturbeerd en geneukt. Leven opgewekt en gedood. We zijn erdoor. Met opgeheven hoofd. Nog enkele nachten, waarbij we onszelf in de jaren ’10 kunnen werpen. Karrenvrachten aan goede voornemen. Een marginaal klein deel daarvan met zicht op mogelijke verwezenlijking.
Wij, de klootzakken. Wij, de helden. Wij schrijven en ploeteren. Hoofd omhoog in deze koude winternachten. Wij zoeken naar perfectie. Wij zien enkel verderf. Wij zijn morbide, wij zijn het waard te overleven. Onze diametrale contraposities zorgen voor een vereffening van het terrein. In hoeverre dat kant en wal poogt te raken.
Ik ponder dit leven. Wentel in oeverloze passie voor wat ik liefheb. Spui zinderende zinsbouw voor wat me verrukt van verachting doet raken. Wat ontbreekt, terwijl mijn blik zich een weg zoekt doorheen deze spekgladde wandelgangen van de geest, is onbekend. Het leven rest onvoltooid. Kon herstarten, begint in het midden en eindigt nooit. Waar we kijken, veranderen we alles. Het terugvallen op stabiele kwantumgolven fascineert, maar verzuimt te verklaren. De geest blijft troebel. Het proza chaos.
Wat steken we op van dit slecht gestoeld relaas? Dat De jaren tien, ’10, 2010, het begin aanduiden van de verderzetting van de constanten. Wat verandert bij oud op nieuw, behalve een aanpassing in ons schrijven? Niets? Welja. Misschien dat we dit decennium het einde niet halen. Dat zou een avontuur zijn. Dat ons altruïsme tekort schoot. Dat we de constanten der universum met enkele picometers per seconde int kwadraat zullen zien aanpassen. Dat het midden het niet meer houdt. Dat we een moment van bestaansdualiteit kennen. Dat we toegeven aan het boven-aardse. Het ruimtelijke. Het vrije van tijd. En dat alles terug in rust vervalt. Dat het begin, zowel het midden als het einde kan zijn. En dat de wetten der thermodynamica, elektrostatica en sociaal contact, zich terug in één punt klaarzetten. Tijd om tijd terug te initiëren. Dat hebben we dan genoeg. Bij gebrek aan datgene, wat we nodig hebben te definiëren waarnaar we verlangen.
Dat 2010 vol verassingen mag zitten. Dat ik straks een week dronken ga zijn. Dat mijn geest zich niet aanpast. Dat de rest dat maar doet.


